10 Vragen aan…

Vorig jaar kreeg ‘herintreder’ François de grote eer toebedeeld om de hoofdrol te vertolken in de musical Jack the Ripper. Deze musical wordt vanaf eind deze maand liefst vijf keer door MusicalMakers in de Vasim opgevoerd. Welke persoon schuilt er achter deze Man in Black? Voorafgaand aan dit interview leek het gezien zijn aankomsttijd met zijn sterallures in elk geval al goed te zitten …

François is (…een uur te laat en verder) wie, wat, waar en eventueel hoe (lang)? Kortom vertel eens iets over jezelf en over je muzikale carrière tot dusver.

Nou, ik ben dus François, ben bijna 39, werk als schoolleider en leerkracht in het basisonderwijs, kom oorspronkelijk uit Overasselt en ben meestal vrolijk gestemd (lacht). Mijn muzikale cv begon op blokfluit, later heb ik bij de harmonie waldhoorn gespeeld.

In 1993 kwam ik in aanraking met musicals; ik zag toen The Phantom of the Opera in Scheveningen en was meteen verkocht. Daar op zo’n podium wilde ik ook ooit staan! Ik ben wel zes of zeven keer naar The Phantom geweest. Zelfs mijn vader, die verder weinig met musicals had, was toen om (lacht). Voor hem is er tot nu toe nooit een betere musical geweest.

Mijn eerste podiumervaring was met Grease in de Lindenberg. Daarnaast heb ik jarenlang zangles gehad van Jet Pit (red. voormalig regisseur bij MusicalMakers). Via haar ben ik in aanraking gekomen met de zangtechniek EVTS. Ik heb twee keer de basismodules (level 1+2) en daarna de advanced module gevolgd.

Ik heb zelf ook nog een tijd zangles gegeven. Dat vond ik heel leuk, maar door mijn drukke baan moest ik helaas besluiten hiermee te stoppen.

Je kwam in 2006 bij MusicalMakers en na Malle Babbe in 2013 ben je er even uitgestapt. Waarom was dit en wie of wat heeft jou doen terugkomen?

Ik ben bij MusicalMakers gekomen nadat ik Henriëtte (red. voormalig voorzitter) had leren kennen. We speelden eerder allebei in de musical Hair.

Na Malle Babbe, de musical die we met MusicalMakers in 2013 opvoerden, had ik behoefte aan iets anders en sloot ik me aan bij cabaretgroep Uit de Qunst. Hiermee heb ik een drietal voorstellingen gespeeld waaronder Allemachtig en Ik app je lief. We begonnen met een klein groepje van acht mensen, maar dat aantal breidde steeds meer uit. Enkele MusicalMakers van nu hebben in diezelfde cabaretgroep gespeeld.

Met mijn terugkeer naar musical staat cabaret momenteel weer in de pauzestand. Ik miste op een gegeven moment de inleving in een rol. Het is zeker leuk om typetjes te spelen, maar het heeft verder niet zoveel diepgang. Ik wilde echt weer in het verhaal duiken. Dat was voor mij dan ook de belangrijkste reden voor mijn comeback. De musical Ketters, geloof in Nimmegen heb ik ook gezien en vond ik mooi, maar gaf voor mij niet gelijk de doorslag.

Ik sprak Frits Tutuarima (red. bestuurslid en voormalig castlid bij MusicalMakers) een keer over Jack the Ripper en hij vroeg me of ik eventueel wilde terugkeren naar de MusicalMakers. Het leuke aan deze komende musical is dat het weliswaar een bestaand stuk is maar dat veel mensen het verhaal toch niet goed kennen; Jack is meestal alleen bekend als het fenomeen. Googel je echter op Maybrick (tip voor de lezers), dan blijkt die echt te hebben bestaan en kun je lezen wat voor iemand dat was. Ook de andere personages in de musical hebben allemaal iets met Jack te maken. 

Zelf wist ik ook niet dat er zo veel mogelijke verdachten waren. Mooi dat de schrijvers de historie van mijn personage (te weten: James Maybrick) in de musical volledig hebben uitgewerkt. Hij is lange tijd hoofdverdachte geweest. 

Je speelt als Jack dus eigenlijk een walgelijke man (knipoog).

Inderdaad (lacht).

De inmiddels bekende en voor sommigen beruchte vraag…MusicalMakers ziet zichzelf graag als een grote familie. Welk lid van deze familie was jij voor en welk lid ben je na je rentree?

Poeh…dat vind ik inderdaad een erg lastige vraag waar ik even wat langer over na wil denken. Kan ik die parkeren voor het eind?

Jahoor, komen we daar straks op terug. Er is verder het een en ander veranderd tijdens jouw afwezigheid. Een aantal leden zijn vertrokken, maar tegelijk groeide het ledenaantal naar 30 enthousiaste MusicalMakers. Bovendien was er een wissel van regisseur. Wat merk je hiervan?

Het is inderdaad een andere groep en deze heeft weer een andere dynamiek, hetgeen ik overigens als positief ervaar.

Samantha (red. de huidige regisseur) werkt veel vanuit beweging; ik merk dat dit voor mij heel goed werkt. Haar manier van werken was me opgevallen nadat ik eerdere stukken van haar had gezien. Ik was onder de indruk van de mooie enscenering en een goede spelbeleving. In het geval van Jack kan ik daarbij wat meer nonchalance in mijn spel brengen, terwijl Jack voor mij juist altijd wat meer hyper was.

Samantha kan met kleine tips al heel veel bewerkstelligen. Dat ontwikkelt zich bij mij nog steeds door. Zo merk ik dat mijn zang luider en donkerder is geworden – dat is absoluut een wens van haar. Ook vind ik bepaalde speltechnieken van Sam heel leuk om te doen, bijvoorbeeld de zogenaamde contra-beweging.

Nieuw zijn ook de commissies, vrijwel ieder lid zit er wel in een. Je hebt gekozen voor de allerleukste commissie, de PR-commissie. Had je daar een bepaalde gedachte bij en heb je een ‘hoofdtaak’?

De commissies dragen bij aan een verbeterde structuur. En de PR was voor mij een zeer bewuste keuze (lacht). Ik heb wel even gedacht aan de decor commissie of het bestuur, maar dat is in verband met mijn werk minder handig.

Binnen deze commissie schrijf ik het liefst stukjes. Het onderhoud aan de website is niet zo mijn ding en laat ik graag aan anderen over!

Bij je rentree bij MusicalMakers pakte je gelijk de hoofdrol. Had je dit verwacht? Heb je eerder ervaring opgedaan met dit ‘soort rollen’?

Nee, ik had zeker niet met de hoofdrol rekening gehouden!

Mijn musicalcarrière startte dus bij Grease en verder heb ik meegespeeld in Romeo & Julia. Ik was regie-assistent bij Het meisje en het Monster en speelde Hildebrand in Malle Babbe. In die laatste rol mocht ik mensen op de brandstapel gooien. Nu komt dus Jack the Ripper. That’s it so far.

Wat is je grootste blooper in je MusicalMakers carrière waarvan je dacht: “Dit heeft gelukkig nooit iemand gezien of gehoord” of kun je ons een blooper vertellen die is voorgevallen tijdens het repetitieproces van Jack the Ripper (van jou of iemand anders)?

Bij Jack the Ripper is er in dat opzicht nog niet zozeer iets memorabels gebeurd. Wat me wel is bijgebleven, gebeurde tijdens de uitvoering van Verona. Ik heb toen aan het eind van het stuk in een deuk gelegen, toen ik dacht dat Julia dood was en kon toen werkelijk niets meer uitbrengen. Ik heb het hele nummer in een soort gehum gezongen. Gelukkig was het tijdens een doorloop in het repetitieweekend (lacht). 

Daarnaast staan mij nog twee zaken bij die ik bij andere verenigingen heb meegemaakt. Bij Hair wilde ik op het podium springen, maar belandde met mijn scheenbeen tegen de rand van het podium, hetgeen een behoorlijk ei opleverde.

En bij Uit de Qunst had ik een rede geschreven voor een begrafenis-scène. Ik zou daarbij gebarentolken – heb hiervoor ooit een opleiding gevolgd. Het publiek vond het echter hilarisch.

De hoofdrol in Jack the Ripper bevat veel tekst, zowel in zang als in spel. Hoe maak jij je die eigen en hoe bereid jij je gedurende het seizoen voor op dit personage? Wordt jouw partner actief ingezet in dit proces?

De teksten voor Jack the Ripper lees ik thuis door en natuurlijk tijdens de repetities. Zingen doe ik tijdens het koken. Dat is nou eenmaal mijn manier van werken en ik weet van mezelf dat ik makkelijk teksten kan onthouden. Maar met de muziekband vind ik het daarentegen wel fijn om de tekst erbij te houden.

Partner Joep wordt niet actief meegenomen, maar kan soms wel de deur dicht doen als hij teveel last van me heeft (lacht).

Waarin schuilt voor jou de grootste uitdaging in deze productie?

De grootste uitdaging is absoluut mijn rol. Ik (en Samantha gelukkig ook) wil die walgelijke Jack juist waardig en menselijk neerzetten, zodat je zelfs van hem zou kunnen gaan houden. Het is fijn dat Sam daarbij dus hetzelfde dacht, juist ook Jacks gevoelige kant laten zien. En als vrolijk gestemd iemand blijkt dat in de praktijk knap lastig en is het een permanente zoektocht. Naar mijn idee is het zeker geen typecasting.

Daarbij is het ook zoeken naar hoe we precies neer gaan zetten dat hij heel snel krankzinnig wordt. Gelukkig krijg ik daarin van Samantha veel vrijheid, dat vind ik wel zo prettig.

Aankomende maand moet dan alles samenvallen van wat ik de afgelopen tijd heb uitgezocht. De focus gaat er nu dus echt op!

Wat zou voor jou het ultieme gevoel zijn als de laatste noot op 2 november heeft geklonken en wat is het eerste wat jij doet als het doek dan dicht is gegaan?

Dat laatste weet ik al; omkleden (lacht).

Uit ervaring vind ik het meest magische moment als we met zijn allen na de laatste voorstelling achter het doek staan en dan hopelijk (en daar ga ik ook wel van uit) kunnen zeggen dat we dit toch maar mooi gefixt hebben. Een voorstelling is zo intens en dan ineens is het voorbij. Klaar. Een zwart gat heb ik echter nooit ervaren.

Wij gaan er van uit dat we dat moment gaan beleven en dat ook het publiek in Vasim dan een fantastische voorstelling heeft gezien, bij welke van de vijf het dan ook aanwezig is geweest.

Maar voordat we dit interview afsluiten, keren we dus nog even terug naar onze ‘familie vraag’ die je nog niet hebt beantwoord…

O ja, ik hoopte al stiekem dat je die zou zijn vergeten (lacht). Dan ga ik voor beide periodes (red. voor en na François’ rentree bij MusicalMakers) voor de rol van neef. Dit omdat ik me zeker verbonden voel met de familie maar ook weer niet te close ben. Ik houd ervan om binnen een groep mijn eigen gang te kunnen gaan.  

 

Toitoitoi met het spelen van Jack, François!

En bedankt voor dit gesprek!